ECLI:NL:RBDHA:2023:3539
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd op 12 mei 2022 ingediend en de beslistermijn was verlengd tot uiterlijk 12 november 2022.
Eiseres stelde de staatssecretaris op 10 november 2022 in gebreke, maar dit was nog vóór het verstrijken van de beslistermijn, waardoor de ingebrekestelling prematuur was. Volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een ingebrekestelling pas worden gedaan nadat de beslistermijn is verstreken en twee weken zijn verstreken na ontvangst van die ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is, omdat niet aan de wettelijke vereisten voor het instellen van beroep is voldaan. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om griffierechtvrijstelling toe vanwege betalingsonmacht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.