ECLI:NL:RBDHA:2023:3546

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 maart 2023
Publicatiedatum
20 maart 2023
Zaaknummer
NL23.5594
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 VwArt. 18 DublinverordeningArt. 14 EurodacverordeningVerordening (EU) nr. 604/2013Verordening (EU) nr. 603/2013
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Duitsland

Eiser, van Syrische nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland die niet in behandeling is genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, baseert dit op een verzoek tot terugname dat door Duitsland is geaccepteerd.

Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat hij in Duitsland is misleid en gedwongen vingerafdrukken heeft afgegeven, die volgens hem alleen voor strafrechtelijke doeleinden mochten worden gebruikt. Tevens stelt hij dat hij geen asiel heeft aangevraagd in Duitsland en dat Duitsland een racistisch land is, waardoor Nederland zijn aanvraag alsnog moet behandelen.

De rechtbank oordeelt dat Duitsland verantwoordelijk is en dat verweerder uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De afname van vingerafdrukken is conform de Eurodacverordening en het feit dat eiser in Duitsland asiel heeft aangevraagd blijkt uit Eurodac. De stelling dat hij is uitgezet naar Tsjechië is onvoldoende onderbouwd. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening en de stelling dat Duitsland racistisch is, worden verworpen.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.5594

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A. van der Toorn),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.R.J. Maas).

Procesverloop

Bij besluit van 23 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen
De rechtbank heeft het beroep op 13 maart 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren [geboortedatum] en de Syrische nationaliteit te hebben.
2. Verweerder heeft eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. [1] Volgens verweerder zijn de autoriteiten van Duitsland verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag, omdat eiser al eerder in Duitsland een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Verweerder heeft een verzoek om terugname gedaan op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening. [2] Op 22 september 2022 hebben de Duitse autoriteiten dit verzoek geaccepteerd.
3. Eiser voert daartegen aan dat ten aanzien van Duitsland niet uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser stelt dat hij is misleid door de Duitse autoriteiten omdat hij in detentie is gehouden tot hij meewerkte aan het afgeven van vingerafdrukken. Daarnaast zouden zijn vingerafdrukken enkel voor strafrechtelijke doeleinden worden afgenomen, terwijl eiser nu ook is geregistreerd in het kader van de Dublinverordening. Verder heeft hij geen asiel aangevraagd in Duitsland. Na afname van de vingerafdrukken is hij uitgezet naar Tsjechië. Tot slot is Duitsland een racistisch land. Om die reden is eiser naar Nederland gekomen zodat hij zijn kinderen een betere toekomst kan geven. Nederland dient daarom zijn asielaanvraag alsnog in behandeling te nemen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Niet in geschil is dat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiser. Verweerder mag in beginsel uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland en dat het zijn verdragsverplichtingen nakomt. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dat in zijn geval niet zo is. Eiser is daarin niet geslaagd.
5. Dat eiser gedwongen is of zou zijn geweest in Duitsland vingerafdrukken af te geven leidt niet tot de conclusie dat Duitsland jegens eiser zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Op grond van artikel 14, eerste lid, van de Eurodacverordening [3] zijn lidstaten immers verplicht illegale vreemdelingen die op het grondgebied van de lidstaten binnenkomen, te registeren. Als eiser vindt dat de autoriteiten onrechtmatig hebben gehandeld, kan hij daarover klagen bij de (hogere) Duitse autoriteiten dan wel de daartoe geëigende instanties. Niet gebleken is dat dat voor eiser niet mogelijk is of dat de Duitse autoriteiten hem niet kunnen of willen helpen. De beroepsgrond van eiser dat hij in Duitsland geen asiel heeft aangevraagd slaagt evenmin. Uit de gegevens in Eurodac blijkt immers dat eiser in Duitsland asiel heeft aangevraagd en op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder uitgaan van de juistheid van deze informatie. Tot slot heeft eiser niet onderbouwd dat hij is uitgezet naar Tsjechië. Daar komt bij dat Duitsland met het claimakkoord heeft gegarandeerd het asielverzoek van eiser in behandeling te nemen.
6. Voor zover eiser een beroep doet op artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om eisers asielaanvraag onverplicht aan zich te trekken. Eiser heeft zijn stellingen dat Duitsland een racistisch land is en hij een goede toekomst wenst voor zijn kinderen niet onderbouwd. Bovendien zijn deze omstandigheden niet zo bijzonder dat zijn overdracht aan Duitsland van onevenredige hardheid getuigt.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Verordening (EU) nr. 604/2013.
3.Verordening (EU) nr. 603/2013.