Uitspraak
1.NL22.25497
3.ECLI:NL:RVS:2015:674
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, werd in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Bulgarije volgens de Dublinverordening en het risico op het onttrekken aan toezicht. De maatregel werd later opgeheven na een voorlopige voorziening van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was en of eiser recht had op schadevergoeding. Eiser betwistte enkele gronden voor bewaring, maar de rechtbank vond de overige, niet betwiste gronden voldoende voor de maatregel. Ook was er op het moment van inbewaringstelling feitelijk en formeel zicht op overdracht aan Bulgarije.
Eiser voerde aan dat vanwege divergerende jurisprudentie en zijn persoonlijke omstandigheden een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom minder dwingende maatregelen niet effectief waren, mede gezien het ontbreken van medische onderbouwing voor detentieongeschiktheid en het niet aannemelijk maken van familiebanden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.