ECLI:NL:RBDHA:2023:3581
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak over asielverblijfsvergunning
Verzoeker, een Ghanees staatsburger, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot deze aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de behandeling van zijn aanvraag in Nederland af te dwingen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 13 maart 2023.
Bij uitspraak van dezelfde dag in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.1580) werd het beroep inhoudelijk behandeld, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.Y.B. Jansen en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.