ECLI:NL:RBDHA:2023:3632
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland volgens Dublinverordening
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder nam dit verzoek niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser stelde dat Bulgarije verantwoordelijk zou zijn en verweerde zich met verwijzing naar recente jurisprudentie en het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
De rechtbank overwoog dat Duitsland met het claimakkoord zijn verantwoordelijkheid heeft erkend en dat geen aanwijzingen bestonden voor nader onderzoek naar Bulgarije. Uit EURODAC kwamen geen Bulgaarse resultaten naar voren en eiser bracht geen concrete aanknopingspunten aan. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel maakt dat verweerder mag uitgaan van de naleving van verdragsverplichtingen door Duitsland.
Eisers argument dat hij in Duitsland geen recht op gefinancierde rechtsbijstand heeft, werd verworpen omdat lidstaten geen verplichting hebben tot kosteloze rechtsbijstand en eiser geen indicaties gaf dat de Duitse procedure niet voldoet. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening faalde omdat geen bijzondere individuele omstandigheden waren aangetoond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.