ECLI:NL:RBDHA:2023:3634
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens verlopen visum
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van één jaar omdat zijn visum was verlopen. Hij was vanuit Nederland op weg naar Polen om een verblijfsvergunning aan te vragen, maar werd in Duitsland aangehouden en teruggestuurd met een Duits inreisverbod.
De rechtbank oordeelde dat het Duitse inreisverbod niet in de weg staat aan het Nederlandse inreisverbod, omdat het Duitse verbod nationaal is en het Nederlandse verbod voor de gehele EU, EER en Zwitserland geldt. Eiser maakte onvoldoende aannemelijk dat hij hierdoor onevenredig werd benadeeld.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder tijdens het gehoor voldoende gelegenheid heeft geboden om bijzondere omstandigheden aan te voeren, maar dat verweerder in het besluit onvoldoende is ingegaan op de door eiser genoemde individuele omstandigheden, zoals zijn verblijf bij familie en zijn verblijfplaats in Polen voor een verblijfsvergunning.
Dit motiveringsgebrek leidde tot vernietiging van het besluit, maar de rechtbank liet de rechtsgevolgen in stand omdat verweerder in het verweerschrift en tijdens de zitting alsnog voldoende gemotiveerd heeft waarom het inreisverbod terecht is opgelegd. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, het besluit wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.