ECLI:NL:RBDHA:2023:3635
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland deed op 30 november 2022 een verzoek tot terugname dat door Duitsland werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat praktische redenen, zoals de aanwezigheid van vrienden in Nederland en een baan in de horeca, maken dat Nederland zijn aanvraag moet behandelen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om de discretionaire bevoegdheid van verweerder te activeren.
De rechtbank concludeert dat er geen bijzondere, individuele omstandigheden zijn die overdracht aan Duitsland van onevenredige hardheid maken. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen is ongegrond verklaard.