ECLI:NL:RBDHA:2023:3637
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublin-verordening
Verzoeker, een Syrische nationaliteit houdende persoon, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Gezien het feit dat de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep (zaaknummer NL23.5120), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep.