ECLI:NL:RBDHA:2023:366
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugkeerbesluit en ongegrondheid beroep tegen inreisverbod
De zaak betreft het beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het terugkeerbesluit is gebaseerd op het niet-rechtmatig verblijf van eiser in Nederland, zijn vermeende onttrekking aan toezicht, het ontbreken van voldoende middelen van bestaan en een gevaar voor de openbare orde vanwege een verdenking van een misdrijf.
Eiser betwist deze gronden en stelt onder meer dat hij zich wel aan het toezicht heeft gehouden, een vaste woonplaats heeft, in eigen levensonderhoud kan voorzien en geen gevaar vormt voor de openbare orde. Tevens voert hij aan dat het inreisverbod onterecht is vanwege zijn gezinsleven in Nederland.
De rechtbank overweegt dat eiser op 4 augustus 2022 vrijwillig met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie naar Brazilië is teruggekeerd, waardoor hij geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van het terugkeerbesluit. Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard omdat de stelling van een gezinsleven onvoldoende is onderbouwd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Beroep tegen terugkeerbesluit niet-ontvankelijk; beroep tegen inreisverbod ongegrond verklaard.