ECLI:NL:RBDHA:2023:3672
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht op grond van zorg- en opvoedingstaken bij minderjarige zoon
Eiser, van Kazachse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument op basis van het arrest Chavez-Vilchez, omdat hij bij zijn minderjarige zoon in Nederland wil verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van identiteit en het niet aantonen van daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken en een afhankelijkheidsrelatie die zou leiden tot vertrek van het kind uit de EU.
Na bezwaar en een hoorzitting handhaafde de staatssecretaris zijn standpunt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij meer dan marginale zorgtaken verricht en dat er geen zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat het kind gedwongen zou zijn Nederland te verlaten. De rechtbank oordeelt dat de overgelegde bewijsstukken, waaronder foto’s en verklaringen, onvoldoende zijn om het verblijfsrecht toe te kennen.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de vergelijkbare zaak wezenlijk verschilt door onder meer samenwoning, financiële bijdrage en officiële omgangsregeling. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van het verblijfsdocument.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verblijfsdocument wordt geweigerd.