ECLI:NL:RBDHA:2023:3692
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning bij partner
Verzoekster, van Sierra Leoonse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning om bij haar Nederlandse partner te verblijven. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af vanwege het ontbreken van een mvv en het niet voldoen aan vrijstellingsgronden, waaronder het niet indienen binnen twee jaar na afloop van een eerdere verblijfsvergunning.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang het bezwaar in behandeling is. De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel degelijk sprake is van spoedeisend belang, omdat het besluit rechtsgevolgen heeft die niet worden opgeschort door het bezwaar.
Hoewel de eerste vrijstellingsgrond geen redelijke kans van slagen heeft, acht de voorzieningenrechter het mogelijk dat het bezwaar op grond van artikel 8 EVRM Pro – het recht op gezinsleven – wel kansrijk is, mede gezien nieuwe omstandigheden zoals de verloving en voorgenomen huwelijk.
De voorzieningenrechter verbiedt daarom de uitzetting van verzoekster totdat op het bezwaar is beslist en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.