ECLI:NL:RBDHA:2023:3693
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens nieuwe urgentieverklaring
Eiseres had een aanvraag voor een urgentieverklaring ingediend die door verweerder op 10 mei 2021 werd afgewezen. Na bezwaar werd dit op 11 oktober 2021 bevestigd. Eiseres stelde beroep in tegen deze besluiten. Vervolgens verleende verweerder op 17 oktober 2022 alsnog een urgentieverklaring, maar dit gebeurde op basis van een nieuwe aanvraag en gewijzigde omstandigheden.
Naar aanleiding van deze verlening trok eiseres haar beroep in en verzocht de rechtbank verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet aan eiseres was tegemoetgekomen in het oorspronkelijke bezwaar, omdat de nieuwe urgentieverklaring niet de eerdere afwijzing herroept maar een zelfstandige beslissing betreft.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding dan ook af en deed dit zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van de proceskosten wordt afgewezen omdat de urgentieverklaring op basis van een nieuwe aanvraag is verleend en geen tegemoetkoming betreft.