Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers dienden een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid, welke op 5 augustus 2021 werd afgewezen door verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoekers maakten op 30 augustus 2021 bezwaar tegen deze afwijzing. De termijn voor een beslissing op dit bezwaar, inclusief een wettelijke termijnverlenging, liep uiterlijk tot 24 februari 2022. Verweerder besloot echter pas op 4 november 2022 op het bezwaar, ruim na de wettelijke termijn.
Hierdoor was het beroep van verzoekers wegens niet tijdig beslissen kennelijk gegrond. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de proceskosten van verzoekers moest vergoeden. De proceskosten werden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij rekening werd gehouden met een lichte wegingsfactor vanwege de aard van het beroep.
De rechtbank deed dit zonder zitting en op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Verzoekers hadden hun beroep ingetrokken na de beslissing op bezwaar, maar verzochten nog om proceskostenvergoeding. De rechtbank wees dit toe en veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op bezwaar.