ECLI:NL:RBDHA:2023:3779
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Klacht ongegrond verklaard over verplichte medicatie bij psychische stoornis
Verzoeker diende een klacht in tegen de verplichte toediening van medicatie (clozapine) in het kader van zijn zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Hij betwistte de proportionaliteit, subsidiariteit en de beoordeling van zijn wilsbekwaamheid, en vorderde tevens schorsing van het besluit en een schadevergoeding.
De zorgaanbieder stelde dat verzoeker een schizo-affectieve stoornis heeft met gedragsproblemen, waaronder agressie, en dat clozapine noodzakelijk en proportioneel is om ernstig nadeel af te wenden. De psychiater had de wilsbekwaamheid beoordeeld en verzoeker als wilsonbekwaam aangemerkt. De rechtbank stelde vast dat de verplichte zorg noodzakelijk, proportioneel en doelmatig is, en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken.
De rechtbank oordeelde dat de klacht ongegrond is omdat de verplichte medicatie passend is en de beoordeling van de wilsbekwaamheid adequaat is uitgevoerd, ondanks een administratieve tekortkoming in het formulier. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen omdat geen onrechtmatigheid is vastgesteld.
Uitkomst: De klacht tegen de verplichte medicatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.