ECLI:NL:RBDHA:2023:3812
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Zweden volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft overwogen dat het verzoek tot terugname van de asielaanvraag tijdig is ingediend binnen de gestelde termijnen, zowel het initiële verzoek als het verzoek om heroverweging. Daarnaast is vastgesteld dat het persoonlijk onderhoud met eiser tijdig heeft plaatsgevonden, en dat het niet informeren van eiser over de status van het claimverzoek geen strijd oplevert met artikel 5 van Pro de Dublinverordening.
Verder is geoordeeld dat voldoende duidelijk is dat Nederland en Zweden dezelfde persoon betreft, ondanks het ontbreken van een Eurodac-treffer, mede door het onderzoek met foto en vingerafdrukken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft de asielaanvraag niet in behandeling te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag hoeft niet in behandeling te worden genomen.