Eisers, allen van Syrische nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris op hun aanvraag van 24 augustus 2021 voor een machtiging voor voorlopig verblijf. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 moest de staatssecretaris binnen negentig dagen beslissen, met een mogelijke verlenging van drie maanden. De uiterste beslisdatum was 2 maart 2022, maar verweerder heeft geen besluit genomen.
Eisers hebben verweerder op 21 maart 2022 in gebreke gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000.
De rechtbank stelt de dwangsom vast op €1.442 voor de periode van 6 april 2022 tot 17 mei 2022. Omdat het beroep gegrond is verklaard, moet verweerder het betaalde griffierecht van €184 aan eisers vergoeden en hen een proceskostenvergoeding van €418,50 toekennen. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier P.W. Karsowidjojo.