ECLI:NL:RBDHA:2023:3821

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 maart 2023
Publicatiedatum
23 maart 2023
Zaaknummer
22/6085
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2u Vreemdelingenwet 2000Art. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55c AwbArt. 8:55d Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf

Eisers, allen van Syrische nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris op hun aanvraag van 24 augustus 2021 voor een machtiging voor voorlopig verblijf. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 moest de staatssecretaris binnen negentig dagen beslissen, met een mogelijke verlenging van drie maanden. De uiterste beslisdatum was 2 maart 2022, maar verweerder heeft geen besluit genomen.

Eisers hebben verweerder op 21 maart 2022 in gebreke gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000.

De rechtbank stelt de dwangsom vast op €1.442 voor de periode van 6 april 2022 tot 17 mei 2022. Omdat het beroep gegrond is verklaard, moet verweerder het betaalde griffierecht van €184 aan eisers vergoeden en hen een proceskostenvergoeding van €418,50 toekennen. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier P.W. Karsowidjojo.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/6085

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 maart 2023 in de zaak tussen

[naam] , uit Syrië, eisers

geboren op [geboortedatum]
V-nummer: [V-nummer] ,
[naam],
geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [V-nummer] ,
[naam],
geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [V-nummer] ,
[naam],
geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [V-nummer] ,
[naam],
geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [V-nummer] ,
[naam],
geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [V-nummer] ,
[naam],
geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [V-nummer]
allen van Syrische nationaliteit,
hierna: eisers
(gemachtigde: mr. W.J. Rohlof),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: L. el Razouki).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eisers hebben ingesteld omdat verweerder volgens hen niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 24 augustus 2021 tot het verlenen van een machtiging voor voorlopig verblijf.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaken niet nodig is.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
3. Eisers hebben de aanvraag ingediend op 24 augustus 2021. Verweerder moet binnen negentig dagen beslissen op de aanvraag. Dat staat in artikel 2u van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder heeft de termijn verlengd met drie maanden.
4. Verweerder had dus uiterlijk op 2 maart 2022 moeten beslissen. De termijn waarbinnen verweerder moet beslissen is daarom voorbij. Eisers hebben verweerder op 21 maart 2022 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan.
5. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet verweerder dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven. Verweerder heeft gevraagd om een langere termijn. Hierbij heeft verweerder verzocht om een maatwerkopdracht te geven die recht doet aan de (on)mogelijkheden van de uitvoeringspraktijd door een beslistermijn te geven van vier weken. Verweerder heeft geen bijzondere omstandigheden genoemd die tot een andere termijn zouden moeten leiden. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit moet nemen.
6. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
7. Eisers hebben verzocht om de dwangsom vast te stellen. Als een bestuursorgaan een besluit niet op tijd neemt, moet het bestuursorgaan een dwangsom betalen voor elke dag dat het te laat is, voor maximaal 42 dagen. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per dag en de overige dagen € 45,- per dag. Het bestuursorgaan stelt de dwangsom vast binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom betaald moet worden. Dat staat in artikel 4:17 en Pro 4:18, eerste lid, van de Awb.
8. Verweerder heeft de hoogte van de dwangsom niet vastgesteld. De rechtbank doet dit op grond van artikel 8:55c van de Awb nu alsnog. De dwangsom is in dit geval verschuldigd vanaf 6 april 2022 tot 17 mei 2022 en bedraagt € 1.442,-.
9. Het beroep is kennelijk gegrond.
10. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eisers het door hen betaalde griffierecht vergoeden.
11. Omdat het beroep gegrond is, krijgen eisers een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punten op voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,-, bij een wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 418,50.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- stelt de door verweerder te betalen dwangsom vast op € 1.442,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Karsowidjojo , griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.