ECLI:NL:RBDHA:2023:3864
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hernieuwde inschrijving als beëdigd tolk en vertaler wegens onvoldoende objectief bewijs
Eiser verzocht om hernieuwde inschrijving als beëdigd tolk en vertaler Nederlands-Arabisch in het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv). Verweerder, de minister van Justitie en Veiligheid, wees dit verzoek af omdat eiser niet objectief had aangetoond te voldoen aan de gestelde voorwaarden, waaronder taalvaardigheid op C1-niveau en voldoende scholing en werkervaring.
Eiser stelde dat hij met zijn jarenlange ervaring, cursussen, en een verklaring van de Universiteit van Amsterdam uit 1984 voldeed aan de vereisten. De rechtbank oordeelde echter dat deze stukken onvoldoende waren om aan te tonen dat hij over de vereiste taalvaardigheid en tolk- en vertaalcompetenties beschikt volgens de huidige normen. De eerdere inschrijving van eiser was gebaseerd op een inmiddels vervallen overgangsregeling.
De rechtbank benadrukte dat de taalvaardigheid objectief moet worden aangetoond met toetsen die voldoen aan het Europees Referentiekader voor Talen (ERK) en dat de verklaring van het examen uit 1984 niet gelijkgesteld kan worden met een tolkexamen op C1-niveau. Ook ontbraken bewijsstukken voor de vereiste scholing en werkervaring.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde zij de afwijzing van de inschrijving. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 22 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de hernieuwde inschrijving als tolk en vertaler blijft in stand.