Eiser heeft beroep ingesteld tegen de op 13 juli 2018 verleende omgevingsvergunning voor de realisatie van een biomassacentrale. Hij stelt dat de centrale een bedreiging vormt voor de volksgezondheid en zijn woon- en leefklimaat aantast.
De rechtbank beoordeelt eerst of eiser belanghebbende is zoals bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Dit criterium vereist dat het belang van de eiser rechtstreeks bij het besluit is betrokken en dat hij gevolgen van enige betekenis ondervindt.
Eiser woont circa 1,7 kilometer van de biomassacentrale en heeft geen zicht op de locatie. Hij heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij objectief meetbare gevolgen van betekenis ondervindt. Zijn vrees voor fijnstofuitstoot en aantasting van het woonklimaat is onvoldoende om als belanghebbende te worden aangemerkt.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De inhoudelijke beoordeling van de vergunning vindt plaats in andere zaken. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.