Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser stelde beroep in tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens verzocht eiser om toekenning van schadevergoeding. De maatregel werd op 8 maart 2023 door verweerder opgeheven, waarna de rechtbank het geschil schriftelijk behandelde.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de maatregel voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was. Daarbij overwoog zij dat verweerder bij toepassing van de grensprocedure een redelijke termijn moet krijgen om het asielverzoek te onderzoeken, inclusief het nader gehoor van 6 maart 2023. De maatregel werd binnen twee dagen na dit gehoor opgeheven, wat de rechtbank niet onredelijk achtte, mede omdat eiser op 7 maart nog correcties en aanvullingen aanleverde.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.