Eiser heeft verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens die in het systeem Fraude Signalering Voorziening (FSV) van de Belastingdienst zijn geregistreerd. De minister van Financiën heeft dit verzoek gehonoreerd voor de jaren 2011, 2013 en 2014, maar geweigerd inzage te geven voor de jaren 2015 tot en met 2020. Eiser stelde dat hij ook voor deze jaren in het FSV was geregistreerd en wilde inzage in die gegevens.
De rechtbank overwoog dat eiser aannemelijk moet maken dat er meer persoonsgegevens zijn dan reeds verstrekt, vooral nadat het bestuursorgaan heeft verklaard dat dergelijke gegevens niet aanwezig zijn. De minister heeft toegelicht dat de code 1043 op brieven die eiser ontving niet duidt op registratie in het FSV, maar op een handmatige beoordeling van aangiften. Deze verklaring achtte de rechtbank niet ongeloofwaardig.
Eiser heeft geen aanvullende feiten of omstandigheden aangevoerd die het bestaan van persoonsgegevens over de jaren 2015 tot en met 2020 in het FSV aannemelijk maken. Het enkele feit dat hij in eerdere jaren wel was geregistreerd, is onvoldoende. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden.