ECLI:NL:RBDHA:2023:394
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en bevestiging aanslagen onroerendezaakbelasting
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, stellende dat deze te hoog is vastgesteld op €514.000 en dat de waarde €482.000 zou moeten bedragen. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
Verweerder heeft een waardematrix overgelegd waarin systematische vergelijking met vergelijkbare woningen in hetzelfde of een nabijgelegen flatgebouw is toegepast. De rechtbank achtte de vergelijkingsobjecten geschikt en vond dat verweerder voldoende rekening had gehouden met verschillen in ligging en voorzieningen. De door verweerder toegepaste indexering van verkoopprijzen naar de waardepeildatum werd door eiser niet inhoudelijk betwist.
Eiser heeft nieuwe stellingen ter zitting ingebracht, maar deze zijn door de rechtbank als tardief beoordeeld omdat ze eerder hadden kunnen worden ingebracht. Daarnaast heeft eiser geen voldoende concrete of onderbouwde gronden aangevoerd die de vastgestelde waarde zouden moeten verlagen. Ook het verzoek om inzage in bepaalde stukken is door de rechtbank afgewezen omdat verweerder aan zijn verplichtingen had voldaan en eiser geen gebruik had gemaakt van inzagerecht.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde en de daarop gebaseerde aanslagen niet te hoog zijn vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de daarop gebaseerde aanslagen wordt ongegrond verklaard.