ECLI:NL:RBDHA:2023:3946

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 maart 2023
Publicatiedatum
24 maart 2023
Zaaknummer
NL 21.6436
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken van beroepsgronden in vreemdelingenzaak

Eiser, van Syrische nationaliteit, heeft op 28 april 2021 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten, waarop eiser zich niet heeft gehouden.

De rechtbank heeft eiser bij brief verzocht om binnen vier weken de ontbrekende gronden te herstellen. Eiser heeft hieraan geen gehoor gegeven. Vervolgens is nogmaals een herstelmogelijkheid geboden met een termijn van één week, maar ook daarop zijn geen gronden ingediend en is geen verontschuldiging gegeven.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden ondanks herstelverzoeken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.6436

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

geboren op [geboortedatum] ,
van Syrische nationaliteit,
v-nummer: [vnummer] ,
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Eiser heeft op 28 april 2021 tegen het uitblijven van een besluit van verweerder beroep ingesteld.

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank - na een herstelmogelijkheid - het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser bij brief van 28 april 2021 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen.
Eiser heeft binnen die termijn geen gronden ingediend.
De rechtbank heeft vervolgens bij brief van 9 maart 2023 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld de gronden in te dienen binnen een week na dagtekening van die brief. Er zijn geen gronden ingediend.
Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van B. van der Wiel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.