ECLI:NL:RBDHA:2023:3959
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens gevaar voor openbare orde zonder bijzondere omstandigheden
Eiser heeft een verzoek tot naturalisatie ingediend dat door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen op grond van ernstige vermoedens dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde, gebaseerd op een eerdere veroordeling tot 50 uren werkstraf wegens mishandeling van zijn kind. Het bezwaar van eiser tegen deze afwijzing is eveneens ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
Eiser stelt dat hij zich in bijzondere omstandigheden bevindt, onder meer omdat hij begeleiding ontvangt van de Kessler Stichting die stelt dat hij geen gevaar vormt, hij een goede band met zijn kinderen onderhoudt en jarenlang heeft gespaard voor de aanvraag. Tevens voert hij aan dat de hoorplicht is geschonden.
De rechtbank oordeelt dat de eerdere veroordeling binnen de relevante periode valt en dat het feit dat eiser het niet eens is met de strafzaak geen bijzondere omstandigheid vormt. Positieve ontwikkelingen zoals begeleiding en goede relaties met kinderen zijn niet voldoende om af te wijken van het beleid. Ook het sparen voor de aanvraag is irrelevant voor de beoordeling van het gevaar voor de openbare orde.
Verder stelt de rechtbank vast dat de hoorplicht niet is geschonden omdat vooraf redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard wegens ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde zonder bijzondere omstandigheden.