ECLI:NL:RBDHA:2023:3970
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
Eiser, een Tunesische vreemdeling, is sinds 15 december 2022 in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had reeds eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 1 februari 2023 beoordeeld en richt zich nu op de periode daarna.
Eiser betoogde dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, omdat de Tunesische autoriteiten niet reageerden op de aanvraag van een laissez-passer en de rappellen van verweerder. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder op 28 december 2022 een aanvraag voor een laissez-passer had ingediend en dat er geen concrete aanwijzingen waren dat de Tunesische autoriteiten geen laissez-passer zouden verstrekken.
De rechtbank zag geen reden om het voortduren van de maatregel onrechtmatig te achten en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.