ECLI:NL:RBDHA:2023:3973
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 derde Pro lid Awb zonder zitting uitspraak gedaan.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.6121), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W. Wassink, in aanwezigheid van griffier I. Wolthuis, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak gelijktijdig is behandeld.