ECLI:NL:RBDHA:2023:4005

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 maart 2023
Publicatiedatum
27 maart 2023
Zaaknummer
NL22.264
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 62 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod

Eiseres, van Albanese nationaliteit, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar, uitgevaardigd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 15 december 2021. Dit besluit was gebaseerd op vier gronden: het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland, het onttrekken aan toezicht, het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan.

Eiseres heeft geen van deze gronden betwist, maar stelde dat zij ten onrechte niet uitgebreid is bevraagd over haar mogelijke zakelijke belangen in Nederland of Europa tijdens het gehoor. De rechtbank oordeelde dat op basis van haar eigen verklaring, waarin zij aangaf geen zakelijke belangen te hebben, geen verdere bevraging noodzakelijk was.

Gelet op het ontbreken van betwisting van de fundamentele gronden van het besluit, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier S.S. van der Velde op 21 maart 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.264

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A. Agayev),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 15 december 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres een terugkeerbesluit en een daaraan gekoppeld inreisverbod uitgevaardigd.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiseres stelt van Albanese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum].
2. In het bestreden besluit heeft verweerder een terugkeerbesluit als bedoeld in artikel 62 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 uitgevaardigd, op grond waarvan eiseres wordt opgedragen terug te keren naar haar land van herkomst, dan wel een ander land buiten de Europese Unie waar haar toelating is gewaarborgd. Verweerder heeft aan eiseres geen termijn voor vrijwillig vertrek gegeven, omdat het risico bestaat dat zij zich aan het toezicht zal onttrekken. Daarnaast heeft verweerder aan eiseres een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op vier gronden: eiseres is Nederland niet op de voorgeschreven wijze binnengekomen; zij heeft zich in strijd met de vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen onttrokken (dit zijn twee zware gronden); eiseres heeft geen vaste woon- of verblijfplaats; en zij beschikt niet over voldoende middelen van bestaan (dit zijn twee lichte gronden).
3. Eiseres bestrijdt geen van de door verweerder genoemde gronden, maar voert aan dat zij in haar gehoor op 15 december 2021 ten onrechte niet uitgebreid is bevraagd over haar mogelijke zakelijke belangen in Nederland of in Europa.
4. Volgens het proces-verbaal van dit gehoor heeft eiseres geantwoord op de vraag “Heeft u zakelijke belangen in Nederland of Europa”: “Nee, in de toekomst misschien… Mijn kinderen misschien.” De rechtbank meent dat verweerder op grond van deze verklaring niet gehouden was eiseres over dit punt nader te bevragen. Aangezien de gronden waarop verweerder het bestreden besluit heeft gebaseerd overigens niet worden betwist, kan het beroep niet slagen.
5. Het beroep is kennelijk ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.