ECLI:NL:RBDHA:2023:4093

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 maart 2023
Publicatiedatum
27 maart 2023
Zaaknummer
NL22.3325
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenrecht

Verzoeker heeft bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend om uitstel van vertrek te verkrijgen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze aanvraag is buiten behandeling gesteld. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank.

Het verzoek om een voorlopige voorziening, waarmee werd beoogd de uitzetting op te schorten totdat op het bezwaar was beslist, werd connex behandeld met het beroep. Op de zitting op 22 maart 2023 was verzoeker niet aanwezig; de gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.

De voorzieningenrechter overwoog dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak had gedaan in de hoofdzaak (het beroep), er geen noodzaak meer was voor een voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.3325

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.A. Wildeboer).

Procesverloop

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om hem op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) uitstel van vertrek te verlenen buiten behandeling gesteld.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het bezwaar is beslist.
Bij besluit van 27 januari 2023 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Daartegen heeft verzoeker beroep ingesteld. Dit beroep staat bekend onder zaaknummer NL23.3060. Het verzoek om een voorlopige voorziening is thans connex aan het beroep.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL23.3060, op 22 maart 2023 op zitting behandeld. Verzoeker is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.3060, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M.A. Buikema, griffier. De uitspraak is gedaan op 27 maart 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.