Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. J. van Veelen-de Hoop),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 24 oktober 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het besluit genomen om de asielaanvraag alsnog te honoreren, waarna verzoeker het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij intrekking van een beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, de rechtbank op verzoek kan besluiten dat het bestuursorgaan de proceskosten vergoedt. Gezien de ingewilligde asielaanvraag wordt het verzoek van verzoeker als kennelijk gegrond toegewezen.
De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €837,- en een wegingsfactor van 0,5 (licht), aangezien het beroep uitsluitend betrekking had op het niet tijdig beslissen.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter W. Anker en griffier N.F. Kreeftmeijer en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.