Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. M.C.M.E. Schijvenaars),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 12 november 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog ingewilligd bij besluit van 7 november 2022. Hierdoor heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder, door alsnog aan het beroep tegemoet te komen, geheel aan het beroep van verzoeker heeft voldaan. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan verweerder opleggen.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €418,50, berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht met een wegingsfactor 'licht', aangezien het beroep uitsluitend betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 28 maart 2023.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.