ECLI:NL:RBDHA:2023:4170
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlies Nederlanderschap niet onevenredig volgens rechtbank Den Haag
Eiser verzocht om een Nederlands paspoort, maar dit werd geweigerd omdat hij volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) het Nederlanderschap had verloren per 31 oktober 2013. Eiser stelde dat hij gedurende minstens een jaar zijn hoofdverblijf in het Verenigd Koninkrijk had gehad, waardoor de verliestermijn zou zijn gestuit, en dat hij onvoldoende was geïnformeerd over het verlies van het Nederlanderschap. Tevens voerde hij aan dat het besluit in strijd was met het Europees evenredigheidsbeginsel en het Europees Verdrag inzake nationaliteit (EVN).
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende objectief bewijs leverde om aannemelijk te maken dat hij langer dan een jaar onafgebroken in het Verenigd Koninkrijk verbleef. Documenten zoals een huurcontract, een ventvergunning en getuigenverklaringen boden onvoldoende aanknopingspunten. Ook was het niet aannemelijk dat zijn emigratievoornemen op het peilmoment meer dan hypothetisch was. De rechtbank bevestigde dat het verlies van het Nederlanderschap niet onevenredig was volgens het Europees recht en dat het EVN geen directe werking heeft.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat verweerder terecht het paspoort had geweigerd. Tevens werd geoordeeld dat verweerder niet verplicht was de proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter A.M.H. van der Poort-Schoenmakers op 21 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het besluit tot verlies van het Nederlanderschap bevestigd.