ECLI:NL:RBDHA:2023:4218

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 maart 2023
Publicatiedatum
29 maart 2023
Zaaknummer
NL23.454
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling proceskosten bij beroep tegen niet tijdig beslissen vreemdelingenaanvraag

Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenote en kinderen. De staatssecretaris heeft vervolgens alsnog positief op de aanvraag beslist, waarna verzoeker het beroep introk.

De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen en daarom veroordeelt in de proceskosten. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand met een lichte wegingsfactor.

Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de staatssecretaris het door verzoeker betaalde griffierecht van €184 dient te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

Deze uitspraak bevestigt dat bij niet tijdig beslissen en alsnog toewijzen van een aanvraag, de bestuursrechter proceskosten kan toewijzen aan de verzoeker die het beroep intrekt.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.454

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. S. Cetinkaya-Ahmad),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 5 januari 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag van 25 mei 2022 voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenote en kinderen.
Bij besluit van 10 februari 2023 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
4. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 184 te vergoeden.
Verzoeker kan zich dan ook tot verweerder wenden met het verzoek om vergoeding van het door hem betaalde griffierecht.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 418,50 (
vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.