Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenote en kinderen. De staatssecretaris heeft vervolgens alsnog positief op de aanvraag beslist, waarna verzoeker het beroep introk.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen en daarom veroordeelt in de proceskosten. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand met een lichte wegingsfactor.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de staatssecretaris het door verzoeker betaalde griffierecht van €184 dient te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Deze uitspraak bevestigt dat bij niet tijdig beslissen en alsnog toewijzen van een aanvraag, de bestuursrechter proceskosten kan toewijzen aan de verzoeker die het beroep intrekt.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen.