ECLI:NL:RBDHA:2023:4222
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit hebbende asielzoeker, diende op 27 september 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening was vastgesteld dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Dit werd bevestigd doordat Oostenrijk niet binnen de wettelijke termijn op het verzoek tot terugname had gereageerd.
Eiser voerde aan dat het voor hem moeilijker zou zijn om zijn geloof in Oostenrijk te belijden en dat verweerder discretionair de aanvraag aan zich had moeten trekken, mede vanwege proceseconomische redenen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht terughoudend was met het toepassen van deze discretionaire bevoegdheid en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden aanwezig waren die overdracht aan Oostenrijk zouden moeten verhinderen.
De rechtbank concludeerde dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling werd genomen door Nederland en dat de beroepsgrond faalde. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.