ECLI:NL:RBDHA:2023:4225
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening samen met een vergelijkbare zaak op 8 maart 2023 behandeld. Verzoeker was aanwezig met een gemachtigde en tolk, terwijl de verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak in zaak NL23.2546, waarin het beroep is behandeld, en wijst op die grond het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.