Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft op 1 december 2021 een asielaanvraag ingediend waarop verweerder uiterlijk op 1 juni 2022 had moeten beslissen. Nadat verweerder niet binnen deze termijn had beslist, stelde eiseres verweerder op 13 september 2022 in gebreke. Na het verstrijken van de ingebrekestelling heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen en bepaalt dat verweerder binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Vanwege achterstanden in de behandeling van asielaanvragen acht de rechtbank deze termijn redelijk, waarbij zowel het belang van een zorgvuldige beslissing als het belang van eiseres bij een spoedige beslissing wordt meegewogen.
De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen maakt dat verweerder geen bestuurlijke dwangsommen kan verbeuren, maar de rechtbank legt wel een rechterlijke dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 7.500 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 418,50.
Het beroep wordt derhalve gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van het besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en openbaar gemaakt op 23 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen zestien weken alsnog beslissen en een dwangsom betalen bij overschrijding.