ECLI:NL:RBDHA:2023:4229

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 maart 2023
Publicatiedatum
29 maart 2023
Zaaknummer
NL22.19503
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 4:17 Awb
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsommen

Eiseres heeft op 1 december 2021 een asielaanvraag ingediend waarop verweerder uiterlijk op 1 juni 2022 had moeten beslissen. Nadat verweerder niet binnen deze termijn had beslist, stelde eiseres verweerder op 13 september 2022 in gebreke. Na het verstrijken van de ingebrekestelling heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank oordeelt dat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen en bepaalt dat verweerder binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Vanwege achterstanden in de behandeling van asielaanvragen acht de rechtbank deze termijn redelijk, waarbij zowel het belang van een zorgvuldige beslissing als het belang van eiseres bij een spoedige beslissing wordt meegewogen.

De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen maakt dat verweerder geen bestuurlijke dwangsommen kan verbeuren, maar de rechtbank legt wel een rechterlijke dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 7.500 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 418,50.

Het beroep wordt derhalve gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van het besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en openbaar gemaakt op 23 maart 2023.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen zestien weken alsnog beslissen en een dwangsom betalen bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.19503

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. E.G. Grigorjan),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 1 december 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
3. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 1 december 2021. Verweerder moet binnen zes maanden beslissen op de aanvraag. Dat staat in artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder had dus uiterlijk op 1 juni 2022 moeten beslissen. De termijn waarbinnen verweerder moet beslissen is daarom voorbij. Eiseres heeft verweerder op 13 september 2022 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan.
4. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet verweerder dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. Er is echter sprake van bijzondere omstandigheden. Er zijn achterstanden in de behandeling van asielaanvragen. De rechtbank acht een nadere beslistermijn van maximaal zestien weken na de datum van verzending van deze uitspraak redelijk. Hierbij wordt zowel recht gedaan aan het belang van verweerder om een zorgvuldige beslissing te nemen, als aan het belang van eiseres om op korte termijn een beslissing te krijgen op de aanvraag.
5. De Tijdelijke wet [1] sluit uit dat de artikelen 4:17 tot en met 4:19 en 8:55c van de Awb worden toegepast op besluiten op asielaanvragen. Het gevolg hiervan is dat verweerder aan eiseres geen bestuurlijke dwangsommen kan verbeuren.
6. De Tijdelijke wet is echter onverbindend voor zover daarmee de verschuldigdheid van rechterlijke dwangsommen wordt uitgesloten. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 7.500.
7. Het beroep is kennelijk gegrond.
8. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837), bij een wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 418,50.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen zestien weken na de dag van verzending van deze uitspraak
alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag
waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500
(vijfenzeventighonderd euro);
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 418,50
(vierhonderdachttien euro vijftig).
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.