ECLI:NL:RBDHA:2023:423
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen schending gelijkheidsbeginsel bij verhuurderheffing 2019 mede-eigendom versus vol eigendom
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de verhuurderheffing over 2019 omdat zij meent dat het niet heffen van verhuurderheffing bij mede-eigendom leidt tot ongelijke behandeling ten opzichte van vol eigendom, wat in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel. Verweerder stelt dat mede-eigendom en vol eigendom geen feitelijk en rechtens gelijke gevallen zijn en dat er daarom geen sprake is van ongelijke behandeling.
De rechtbank overweegt dat artikel 1.3 van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II onderscheid maakt tussen mede-eigenaren en volle eigenaren, waardoor zij geen gelijke gevallen zijn. Het arrest van de Hoge Raad van 8 juni 2018 ziet alleen op mede-eigendom en heeft geleid tot het buiten toepassing blijven van artikel 1.3 voor mede-eigenaren. Hierdoor is het niet opnemen van mede-eigendom in de aangifte geen begunstigend beleid maar een direct gevolg van het arrest.
Eiseres verzocht om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad, maar de rechtbank ziet hiervoor geen aanleiding. Gezien deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verhuurderheffing 2019 wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van schending van het gelijkheidsbeginsel.