Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft op 4 januari 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis van 13 april 2022. Bij besluit van 3 maart 2023 heeft de staatssecretaris de aanvraag alsnog ingewilligd. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster voldoende heeft onderbouwd dat zij betalingsonmacht heeft en wijst vrijstelling van griffierecht toe. Omdat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist, maar alsnog aan het beroep tegemoet is gekomen, wordt het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.
De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor 'licht' vanwege het beperkte onderwerp van het beroep. De griffierechtvergoeding wordt uitgesloten omdat verzoekster is vrijgesteld van betaling. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten.