ECLI:NL:RBDHA:2023:4249
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublinverordening
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb zonder zitting uitspraak wordt gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.7042), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W. Wassink en is definitief, tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak gelijktijdig is behandeld.