ECLI:NL:RBDHA:2023:4254
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Litouwen
Eiser, met de Oezbeekse nationaliteit, diende in juni 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat hij het Dublingrondgebied langer dan drie maanden had verlaten na het verlopen van zijn Litouwse verblijfsvergunning, waardoor Litouwen niet langer verantwoordelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij na februari 2022, het einde van zijn geldige Litouwse verblijfsvergunning, drie maanden of langer buiten het Dublingrondgebied verbleef. De door eiser overgelegde bewijsstukken betroffen perioden vóór die datum. Ook werd geoordeeld dat verweerder ten onrechte de overdrachtstermijn had verlengd wegens vermeend onderduiken, aangezien eiser contact hield en op de zitting verscheen.
Verder werd vastgesteld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Litouwen niet werd doorbroken, aangezien geen aanwijzingen waren dat Litouwen zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Een hoger beroep is mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.