ECLI:NL:RBDHA:2023:4298
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt besluit buitenbehandelingstelling omgevingsvergunning en bevestigt dwangsom
Eiseres diende op 14 november 2019 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het vervangen van een schuur. Het college verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk en stelde dat eiseres de aanvraag telefonisch had ingetrokken, wat eiseres betwistte. De rechtbank oordeelde dat het college niet bevoegd was om de aanvraag buiten behandeling te stellen omdat de termijn om te beslissen was verstreken zonder een besluit, waardoor de vergunning van rechtswege was verleend.
Daarnaast stelde eiseres dat het college een dwangsom verschuldigd was wegens het niet tijdig bekendmaken van deze vergunning. De rechtbank bevestigde dit en legde het college een maximale dwangsom van €1.442,- op. Het beroep tegen het besluit tot buitenbehandelingstelling werd gegrond verklaard en vernietigd.
In een tweede procedure handhaafde het college een weigering van een aanvraag van 2 januari 2020, maar de rechtbank oordeelde dat deze aanvraag als nieuw moest worden beschouwd en dat de afwijzing terecht was, zij het op een andere motivering. Dit beroep werd ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan eiseres. Het college werd opgedragen binnen twee weken de van rechtswege verleende vergunning bekend te maken.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot buitenbehandelingstelling, stelt vast dat de vergunning van rechtswege is verleend en legt een dwangsom van €1.442,- op aan het college.