ECLI:NL:RBDHA:2023:4325
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak over verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Tevens is een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Na afwijzing van het bezwaar heeft verzoeker beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op zitting behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om griffierechtvrijstelling toegewezen, maar het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdzaak inmiddels is behandeld en uitspraak is gedaan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 22 maart 2023 door mr. E.E.M. van Abbe.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en uitspraak is gedaan.