ECLI:NL:RBDHA:2023:4362
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging in Azerbeidzjan
Eiseres heeft samen met haar minderjarige kinderen een asielaanvraag ingediend op grond van haar activiteiten voor de Hizmet-beweging in Azerbeidzjan. Haar echtgenoot ondervond problemen met de autoriteiten vanwege deze activiteiten, wat leidde tot psychische problemen en medische klachten, waarna het gezin Azerbeidzjan verliet.
De Staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, waarbij hij de activiteiten van eiseres geloofwaardig achtte, maar de vrees voor vervolging niet aannemelijk vond. De rechtbank heeft het beroep behandeld en het individueel ambtsbericht betrokken bij de beoordeling.
De rechtbank concludeert dat eiseres geen gegronde vrees voor vervolging heeft aangetoond zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en dat ook geen reëel risico bestaat bij terugkeer. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.