ECLI:NL:RBDHA:2023:44
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op grond van Dublinverordening tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 23 juni 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat op basis van de Dublinverordening Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot terugname aan Spanje gedaan, dat dit had aanvaard.
Eiser voerde aan dat Spanje zijn internationale verplichtingen niet nakomt, onderbouwd met een rapport van Amnesty International en een brief van Vluchtelingen Werk Nederland. Hij stelde dat hij trauma’s had opgelopen door mishandeling en pushbacks door Spaanse autoriteiten en dat zijn overdracht aan Spanje onevenredige hardheid zou betekenen.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling in Spanje. Het Amnesty-rapport betrof migranten die via zee op de Canarische eilanden aankomen, wat niet relevant is voor Dublinclaimanten. Ook de meldingen van pushbacks naar Marokko zijn niet toereikend om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Verder werd geoordeeld dat eiser bij problemen in Spanje de juiste klachtenprocedures kan volgen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die overdracht onevenredig maken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.