ECLI:NL:RBDHA:2023:4414
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij vertrek asielzoeker naar andere lidstaat
Eiser, van Tunesische nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder weigerde de aanvraag in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland deed een verzoek tot terugname bij Italië, dat dit verzoek aanvaardde.
Tijdens de behandeling van het beroep bleek dat eiser op 6 februari 2023 zelfstandig zijn woonruimte had verlaten en met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde had geen recent contact meer met eiser en wist niet waar hij verbleef. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt in zo’n situatie aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde.