Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van29 maart 2023 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
SGR 22/5754 en SGR 22/6094).
Beslissing
Overwegingen
24 december 2019 heeft eiser de aandelen in [bedrijfsnaam 3] B.V. verkocht. Hiermee hield eiser op uit een deel van de onderneming winst te genieten, waardoor niet aan het voortzettingsvereiste is voldaan. In zoverre heeft verweerder de aanslagen terecht opgelegd.
going concern, maar ten minste op de liquidatiewaarde. Hierbij wordt de waarde bepaald op de hoogste van deze twee. Uit de berekening die door eiser bij de aangiften schenkbelasting is overgelegd, volgt een waarde
going concernvan € 375.233 en een liquidatiewaarde van € 669.253. Verweerder is dan ook terecht uitgegaan van de hogere liquidatiewaarde van € 699.253. Ook het bewijsaanbod ten aanzien van de lagere liquidatiewaarde heeft de rechtbank afgewezen, nu de liquidatiewaarde door eiser zelf is becijferd. Verweerder heeft bovendien ter zitting gesteld dat de berekening is nagekeken en hier geen onvolkomenheden uit volgden.
mr. A.C. van Essen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
29 maart 2023.