ECLI:NL:RBDHA:2023:4494
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging tot uithuisplaatsing bij vader met gezag
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen bij hun vader, die samen met de moeder het ouderlijk gezag heeft. De kinderen verblijven momenteel bij de moeder, die sinds september 2022 volgens de instelling geen groei meer toont in het bieden van veiligheid. Incidenten zoals brandwonden en onveilige situaties in huis leidden tot zorgen over de veiligheid van de kinderen.
De vader steunt het verzoek en kan een stabielere opvoedomgeving bieden, mede met steun van zijn partner. De moeder voert verweer en nuanceert de incidenten, benadrukt haar inspanningen en stelt dat de thuissituatie bij de vader niet per se veiliger is, mede gezien zijn voorgeschiedenis met huiselijk geweld en onverwerkt trauma.
De kinderrechter concludeert dat de wettelijke gronden voor uithuisplaatsing onvoldoende zijn aangetoond. De moeder heeft positieve stappen gezet en de incidenten zijn niet zodanig dat de acute veiligheid van de kinderen in gevaar is. Er zijn ook te veel onzekerheden over de situatie bij de vader, waaronder de woonplaats, schoolkeuze en rol van de partner. Het verzoek wordt daarom afgewezen en de kinderen blijven bij de moeder wonen.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader wordt afgewezen; de kinderen blijven bij de moeder wonen.