Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar deze is door verweerder niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag volgens de Dublin-verordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde bodemzaak (zaaknummer NL23.3582). Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting, terwijl verweerder zich wel liet vertegenwoordigen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat vanwege de uitspraak in de bodemzaak de voorlopige voorziening niet langer nodig was en wees het verzoek daarom af. Wel werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 837,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier K.F.K. Hoogbruin op 14 maart 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 837,-.