ECLI:NL:RBDHA:2023:4554
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Zweden volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 7 maart 2023 behandeld.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu er een uitspraak is gedaan op het beroep zelf, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is vastgesteld dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 14 maart 2023 door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.