ECLI:NL:RBDHA:2023:4557
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker, een Senegalese staatsburger geboren in 1992, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 17 februari 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is aan verzoeker een vertrektermijn onthouden en is een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL23.5278) op 9 maart 2023 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van verweerder.
De voorzieningenrechter constateert dat met de uitspraak in de hoofdzaak de noodzaak voor een voorlopige voorziening is komen te vervallen en wijst het verzoek daarom af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 21 maart 2023 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.