ECLI:NL:RBDHA:2023:4607
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging EU-verblijfsrecht en ongewenstverklaring
Verzoeker, een Letse staatsburger, had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn EU-verblijfsrecht te beëindigen en hem ongewenst te verklaren, met de verplichting Nederland te verlaten.
Na afwijzing van het bezwaar en het instellen van beroep, verzocht verzoeker om voorlopige voorzieningen om zijn verwijdering te voorkomen en zijn verblijf te continueren alsof hij niet ongewenst was verklaard. De voorzieningenrechter heeft deze verzoeken onderzocht.
Gelet op eerdere uitspraken in de hoofdzaak en het ontbreken van redenen om de voorlopige voorzieningen toe te wijzen, heeft de voorzieningenrechter de verzoeken afgewezen. Tevens is verzoeker vrijgesteld van griffierecht wegens gebrek aan inkomen en vermogen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen beëindiging van het EU-verblijfsrecht en ongewenstverklaring worden afgewezen.