ECLI:NL:RBDHA:2023:4640
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onvoldoende gronden ongegrond verklaard
Eiser, een Colombiaanse nationaliteit dragende persoon, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat er sprake was van familieleven binnen de Europese Unie en dat het besluit in strijd was met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank behandelde het beroep op 7 februari 2023, waarbij eiser niet aanwezig was. Ondanks een herstelverzuimbrief waarin eiser werd verzocht zijn gronden nader toe te lichten, werd hier geen gehoor aan gegeven. De rechtbank oordeelde dat de enkele stelling van familieleven onvoldoende was onderbouwd. Uit stukken bleek dat eiser geen aanvraag voor verblijf had ingediend en dat er geen bewijs was van rechtmatig verblijf in Spanje of van een verblijfsvergunning van een vermeende partner.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht aannam dat eiser geen rechtmatig verblijf had en geen legale inkomsten kon aantonen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.